Situatieschets: uitgangspunt is een (fictief) beroepspensioenfonds met een omgekeerd gemengd model. Het intern toezicht wordt dus gevormd door de niet-uitvoerend bestuurders, afkomstig uit de beroepsgroep. Er is een VO en een beroepspensioenvereniging. Deze laatste is verantwoordelijk voor de regeling en ook voor benoeming en ontslag van bestuurders.
Doel van de toezichtvisie is om vooraf met elkaar het gesprek te voeren over de verhouding tussen UB, NUB en VO en om duidelijkheid te verschaffen aan de beroepspensioenvereniging.
Toezichtvisie
Toezichtsovertuigingen
- Toezicht wordt sterker als het gebaseerd is op de door het Algemeen Bestuur vastgestelde missie, visie, strategie en risicohouding.
- Toezicht vraagt in het oordeel voldoende afstand van de dagelijkse praktijk en in de toepassing voldoende nabijheid
Dit betekent dat het niet-uitvoerend bestuur volop betrokken zal zijn in langetermijnbeleid in het Algemeen Bestuur, maar de nodige afstand zal houden tot de uitvoering.
Relatie met andere fondsorganen/omgeving
- Het uitvoerend bestuur kan een welwillende maar kritische vragensteller verwachten die zoekt naar zorgvuldig uitgevoerd beleid, consistent handelen en “de deelnemer centraal”. Niet alleen het handelen, maar zeker ook de onderbouwing daarvan zal getoetst worden.
- Het niet-uitvoerend bestuur verwacht een open houding, tijdige informatieverstrekking en zoeken naar dialoog van het uitvoerend bestuur. Het niet-uitvoerend bestuur staat open voor discussie over het snijvlak tussen toezicht en bestuur.
- Het verantwoordingsorgaan kan een toezichthouder verwachten die het handelen van het uitvoerend bestuur kritisch volgt en daarover het gesprek wil voeren.
- Het niet-uitvoerend bestuur verwacht dat het verantwoordingsorgaan oordeelt over evenwichtigheid van het beleid, de blik van deelnemers inbrengt en dat het verantwoordingsorgaan zijn rol speelt in het creëren van draagvlak onder de deelnemers.
Werkwijze
Door toezichtsvergaderingen los te koppelen van algemeen bestuursvergaderingen, wordt rolvastheid beoogd. Het niet-uitvoerend bestuur staat dichter bij de achterban dan het uitvoerend bestuur en zal – in overleg met het verantwoordingsorgaan – scherp in het oog houden hoe de belangen van de achterban evenwichtig gediend zijn.
Dit leidt tot het normenkader dat door het niet-uitvoerend bestuur zal worden gebruikt, dat als bijlage wordt opgenomen.