Beroepsvereniging van, voor en door intern toezichthouders in de pensioensector
Vereniging Intern Toezichthouders Pensioensector

Met intern toezichthouder Ronald Heijn

Pensioenfondsen zitten volop in transitiemodus. Maar wat ná invaren? Wie eenmaal gewend is om te rennen, blijft rennen, waarschuwt intern toezichthouder Ronald Heijn. Zijn pleidooi: kies als fonds bewust voor één jaar rust en reflectie om de operationele beheersing op orde te krijgen. “Reken op een minimale oplevering van de IT-systemen.”

Wie midden in een transitie zit, is vooral bezig met het ‘nu’. Maar pensioenfondsen kunnen het zich niet veroorloven om pas in 2028 te gaan nadenken over besturen ná de Wtp. Daarom gooit de VITP, te gast bij KPMG in Amstelveen, alvast de knuppel in het hoenderhok. De vereniging wil, aldus bestuurslid Stephan Linnenbank, haar leden ‘gidsen en uitdagen’, en doet dat op 19 november met spreker van dienst Ronald Heijn.

Retailvragen

Heijn vindt dat we als pensioensector niet voorbereid zijn op de uitdagingen en vragen die na invaren gaan komen. Of het nu gaat om competenties, monitoring, gedrag of communicatie, de ervaren intern toezichthouder ziet dat fondsen veelal nog in de oude wereld leven.

“Deelnemers die een paar jaar voor hun pensioen zitten, zien het vermogen in hun pensioenpot fluctueren vanwege de geopolitieke situatie of andere zaken die de beurs onrustig maken”, vertelt Heijn. “Mensen gaan zich afvragen of hun uitkering volgend jaar gaat dalen. Of de solidariteitsreserve wel voldoende gevuld is. We denken veel na over communicatie tijdens de transitie, maar niet over communicatie erna. We gaan toe naar meer kortetermijnverantwoording.”

Emoties van deelnemers

In de nieuwe situatie hebben we te maken met meer professionele bestuurders én met meer zeggenschap van deelnemers. “Dat is de belangrijkste tegenstelling die op ons afkomt”, aldus Heijn.

Als voorbeeld noemt hij het risicopreferentieonderzoek, waar zowel van deelnemers als van bestuurders keuzes worden gevraagd. Keuzes die worden bemoeilijkt door ‘biases’ uit de gedragswetenschappen, zoals verliesaversie.

“Als ik de gemiddelde deelnemer vraag wat die wil, nou, dan weet ik het antwoord wel”, stelt Heijn. “Mensen zijn bang om geld te verliezen. Ze zien hun pensioenpotje op en neer gaan. Met die emoties krijgen we straks te maken – en daar moeten we mee om kunnen gaan. Maar kunnen we die ‘client intimacy’ bieden met puo’s die vooral gericht zijn op operational excellence en lage kosten?”

Het ‘heilige’ rpo

Los van omgaan met emoties blijft het realiseren van een goed pensioenresultaat de belangrijkste taak. Daarom plaatst Heijn vraagtekens bij ‘de heiligheid van het rpo’. Het is nog niet zo eenvoudig om wetenschappelijke inzichten in het rpo mee te nemen; de sector moet hier nog een evenwicht in vinden. Vraag hier als intern toezichthouder dan ook aandacht voor en daag het bestuur uit om een visie te ontwikkelen op risico’s en ambities.

Heijn: “Het rpo wordt een serieus strategisch vraagstuk met grote gevolgen. Een verkeerde methode kan zomaar leiden tot onvoldoende koopkracht. Stel jezelf dus de vraag of je een fonds van ambitie wilt, durft en kunt zijn. Anders kunnen we net zo goed een spaarrekening bij een bank openen.”

Fondsen krijgen ook te maken met vragen over kosten. Heijn voorspelt dat De Telegraaf een jaar na de Wtp-transitie met een vergelijkend kostenonderzoek gaat komen. Ook zouden de kosten in het eerste jaar dat jonge mensen pensioen gaan opbouwen hoger kunnen uitvallen dan het rendement op de beleggingen. “Hebben we daar een antwoord voor klaar?”

Rust en reflectie

Naast de zorgen en behoeften van deelnemers, moeten fondsen ook niet hun eigen welzijn uit het oog verliezen. Operationele beheersing wordt volgens Heijn het grootste risico na invaren. Daarom is hij voorstander van ‘de boel een jaar stilzetten’ na invaren.

“Reken er maar op dat een succesvolle transitie niet betekent dat alles af is. IT-systemen worden allemaal minimaal opgeleverd. Ik zou het daarom héél verstandig vinden om een jaar tijd te nemen voor reflectie. Klopt onze bedrijfsvoering? Hoe houden we het beheersbaar?”

En hoe blijf je koersvast te midden van snel veranderende voorkeuren, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen? “Koersvastheid is een mooi streven, maar dit betekent ook dat je niet altijd luistert naar deelnemers”, houdt Heijn de aanwezigen voor.

Bestuur blijft besturen

Zelf pleit hij voor een ‘gestructureerd en semipermanent gesprek’ met deelnemers als wapen tegen wispelturigheid. “Baseer je beleid er niet op, maar toets het doorlopend. Dat hoeft niet altijd via enquêtes, kijk ook naar andere mogelijkheden voor feedback. Betrek deelnemers, maar blijf als bestuur besturen.”

Dat betekent ook: wegblijven van paniekvoetbal, tijdens de transitie én erna. Heijn: “Als een bestuur snel van koers verandert, bevraag dan scherp op het proces. In panieksituaties wordt dat vaak niet goed gevolgd. Pensioenfondsen zijn olietankers. Als die opeens speedbootje gaan spelen, dan weet je dat er wat aan de hand is.”