Beroepsvereniging van, voor en door intern toezichthouders in de pensioensector
Vereniging Intern Toezichthouders Pensioensector

Olivier Roodenburg en Boudewijn Broers over het jaarlijkse KPMG pensioenonderzoek

De eerste VITP Kennissessie van 2026 stond in het teken van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) en wat die wet betekent voor het besluitvormingsproces en de rol van het intern toezicht. Wordt dat heel anders zodra een pensioenfonds is overgestapt en de pensioenen zijn ingevaren? En zo ja: hoe anders wordt het dan? En waar moet een intern toezichthouder vooral op letten?

We hadden twee KPMG’ers uitgenodigd om hun licht hierover te laten schijnen: Olivier Roodenburg en Boudewijn Broers. Beiden hebben ruime ervaring in de pensioenwereld; Olivier als actuaris, Boudewijn vanuit juridisch perspectief. Uitgangspunt van hun presentatie waren de resultaten van het grote Wtp-onderzoek dat KPMG jaarlijks doet. Olivier en Boudewijn zijn allebei nauw bij dit onderzoek betrokken.

Groot pensioenonderzoek: meer vertrouwen bij fondsen, maar ook veel druk

Het doel van het jaarlijkse KPMG-onderzoek is om gevoel te krijgen waar de pensioenfondsen staan in hun transitie naar het nieuwe stelsel. Maar ook om te kijken hoe de stand van zaken zich in de loop der jaren ontwikkelt. Daarom zijn de meeste vragen al jarenlang zoveel mogelijk onveranderd; waar wenselijk worden actuele vragen toegevoegd, en achterhaalde vragen verwijderd. Eind 2025 is het meest recente onderzoek gepubliceerd.

Uit dat onderzoek blijkt onder andere dat:

  • bestuurders steeds meer vertrouwen hebben in een beheerste en tijdige Wtp-transitie

- dat vertrouwen steeg van 61% (2024) naar 84%

- logisch: meerdere fondsen zijn al ingevaren, andere fondsen kunnen leren van ervaringen en lessen uit eerdere invaarmeldingen
- bovendien: koploperfondsen hebben al veel contact gehad met toezichthouders AFM en DNB; dat zorgt voor veel duidelijkheid wat betreft de verwachtingen

  • IT-readiness bij PUO’s een knelpunt is en blijft

- de hele operatie staat (steeds meer) onder druk, zo ervaart 22% van de participanten (2024: 6%)
- er wordt veel getest, bevindingen moeten worden opgelost
- nazorg en stabilisatie na livegang vragen doorlopend aandacht
- extra knelpunten voor fondsen die (noodgedwongen) naar een andere PUO overstappen

  • communicatie, zorgplicht en keuzebegeleiding belangrijke (deels nieuwe) kerntaken en aandachtsgebieden zijn

- deelnemers moeten vaker worden geïnformeerd
- veel vragen en eisen vanuit de AFM
- uitleg over rendementen: hoe komen die tot stand?

  • verantwoordelijkheden veranderen, en dus ook de bestuurlijke dynamiek

- governance en interactie met sociale partners moeten mee evolueren.

Doelstelling blijft gelijk, accenten verschuiven

Vervolgens gingen Roodenburg en Broers nader in op de bestuurlijke dynamiek, die na de overstap naar de Wtp heel anders wordt. De doelstelling van het pensioenfonds blijft na de overstap gelijk. Desondanks zullen er zaken veranderen en accentenverschuiving optreden. Zo is de besluitvorming onder de Wtp anders dan onder het oude nFTK-regime. Discretionaire vrijheid wordt meer beperkt; de nadruk komt veel meer te liggen op de uitvoering van het beleid. En dan met name op het borgen van een beheerste en integere bedrijfsvoering en het verhogen van de kwaliteit daarvan. Sociale partners zullen meer aan de voorkant regelen (‘compleet contract’). Dat is een algemene trend die beide heren zien.

Belangrijke onderwerpen die effect hebben op de governance en de dynamiek binnen het pensioenfonds zijn of worden:

  • zorgplicht

- verplichting vanuit de Wtp: keuzebegeleiding en call to action
intensiever begeleiden bij keuzes en financiële planning
- nu al best ingewikkeld (open norm)
- er wordt steeds meer van pensioenfondsen verwacht
integrale benadering: waar leidt dit toe?

  • duurzaamheid

- explicietere doelstellingen en strategische keuzes
- rekening houden met de deelnemer: wat wil die nou écht?
en wat doet het pensioenfonds vervolgens met die kennis?
- risico’s inventariseren, meten en beheersen
- transparante verantwoording

  • DORA (Digital Operational Resilience Act, sinds januari 2025)

- actief sturen op ICT-strategie en risicobeheersing
- meer controle en regie vanuit het pensioenfonds
- DNB eist meer digitale weerbaarheid en operationele betrouwbaarheid

  • het operating model

- meer/andere taken bij ketenpartners
- vereist (meer) regie vanuit het pensioenfonds
- administratie: realtime en data-driven
- zorgt voor meer informatie én transparantie

  • uitbesteding

- IORP II en DORA: actieve sturing vanuit het pensioenfonds
- bepaalde cruciale functies eerder zelf uitvoeren of stevig de regie pakken
voor sommige pensioenfondsen betekent dit dat er intern nieuwe functies ontstaan.

Samenvattend: meer beheersing, aansturing en regie. Het bestuur moet continu zicht hebben op (de kwaliteit van) de uitvoering, risico’s, (mogelijke) fouten en datakwaliteit. Dat geldt ook voor het intern toezicht.

De toekomst: rollen gaan veranderen

De implementatie van de Wtp en de hiervoor genoemde ontwikkelingen hebben effect op de governance en de bestuurlijke dynamiek van pensioenfondsen.  En alhoewel hier geen ‘one size fits all’ antwoord valt te geven, zullen hierdoor naar verwachting ook de rol  voor de bestuurders en die van  het intern toezicht gaan veranderen.

Dat vraagt volgens sommige experts ook om een aanpassing van de huidige wettelijke governance-regels. Anderen zijn juist van mening dat het huidige wettelijke kader voldoende handvatten biedt om in te kunnen spelen op de nieuwe wereld. Verder zien Roodenburg en Broers een duidelijke trend richting het versterken van de eigen organisatie. Met als doel: meer beheersing, aansturing en regie om de complexe(re) uitvoering, digitalisering en ketenafhankelijkheid te kunnen dragen.

De rol van de deelnemer verandert ook, omdat risico’s steeds meer naar hem/haar verschuiven. Al moeten we die verandering volgens meerdere deelnemers aan de kennissessie ook weer niet groter maken dan die in werkelijkheid is. De meeste deelnemers hebben immers al te maken met een premieregeling (DC of CDC).

Intern toezicht blijft ook na het invaren enorm belangrijk, met name als het gaat om het borgen van de (data)kwaliteit, de risico’s en de digitale weerbaarheid. Maar ook hoe je omgaat met uitbesteding van bepaalde taken: wat doe je zelf, en wat besteed je uit? En als je taken uitbesteedt: hoe houd je het heft in handen?

Wat zeggen de fondsen?

Volgens Roodenburg en Broers denken de fondsen zelf verschillend over de bestuurlijke dynamiek onder de Wtp.  Zo zijn er pensioenfondsen die minder werk verwachten voor bestuurders en intern toezichthouders; het jaarlijkse intensieve premie- en indexatiebesluit vervalt immers. Maar er zijn ook andere geluiden van fondsen met een compleet en robuust premie- en indexatiebeleid. Die fondsen hebben hier ook onder het huidige regime naar eigen zeggen al relatief weinig werk aan omdat er weinig discretionaire afweging nodig is, uitgezonderd extreme situaties waar eventueel van het beleid kan - of moet - worden afgeweken.

Wat duidelijk naar voren komt: elk pensioenfonds is weer anders, en gaat ook anders om met de aanstaande verandering. Er zijn besturen die zich ieder jaar weloverwogen zullen buigen over de passendheid van  de premie bij de beoogde pensioendoelstelling, terwijl andere bestuurders op het - even weloverwogen - vastgelegde beleid vertrouwen. Dezelfde geluiden horen Roodenburg en Broers als het gaat om het beleggingsbeleid. Fondsen zijn het over één ding eens: de hogere communicatie-eisen en zorgplichten evenals de hogere frequentie van de communicatie gaan zeker wél voor meer werk zorgen. Het blijven kortom interessante tijden!